Wij vieren de boerenbruiloft alsof we een echte boerenbruiloft vieren zoals rond 1900/1930. Een boerenkostuum zag er voor de mannen destijds als volgt uit: een zwarte broek, boerenkiel, boerenpet, en eventueel rode zakdoek. Als schoeisel werden vaak klompen gedragen. De vrouwen droegen lange donkere rokken of jurken met eventueel een schort en klompen of zwarte schoenen. Op het hoofd droegen vrouwen vaak mutsjes. Op jonge leeftijden was dit een zwart mutsje. Zogenoemde ‘werkmutsen’ waren vaak wit.

Het losschieten is natuurlijk een speciale gelegenheid. Dan wordt de zondagse kledij uit de kast gehaald. De man in zijn zondags pak met brede stropdas en zwarte schoenen. De vrouw een zondagse jurk met omslagdoek. Dit keer zonder schort en met een ander mutsje.

Tijdens de bruiloft dragen de bezoekers ook hun zondagse kledij. De bruid en bruidegom pakken groots uit. Volgens de traditie van Döllekesgat draagt de bruidegom zijn feestpak: een zwart kostuum met gesneden slipjas, een witte overhemd met vadermoordenaar (hoge losse kraag met opstaande punten), een plastron (een brede das) in zwart of grijs en een zwarte pet en zwarte schoenen.

De boerin draagt een hooggesloten zwarte blouse met lange pofmouwen waarvan het kraagje is afgezet met witte kant. Een zwarte rok die tot de enkels reikte, waaronder zwarte kousen en zwarte schoenen worden gedragen. Op haar hoofd draagt ze een poffer. De dame draagt een zwarte onder muts, daar overheen heen kante muts en weer daar bovenop een bloemenkrans, ofwel de poffer.

De poffer kwam destijds voor in alle vormen en maten. Het was een statussymbool, maar gaf ook verschillende levensfases weer. Zo droegen jonge pasgetrouwde vrouwen en bruidjes een poffer met kunstbloemen. Oudere dames droegen in plaats daarvan appels of peren gevormd door zijde of knopjes. De poffer is niet gemakkelijk te dragen. Het werd dan ook alleen opgezet bij speciale gelegenheden, zoals officiële feesten of een uitvaart.

Met een mooie poffer viel de bruid op in positieve zin. Hoe groter en sierlijker de poffer, hoe rijker de boer. Uiteraard is dit een voorbeeld van hoe men zich kan kleden. Bij de boerenbruiloft van Tinus en Marie is iedereen vrij om variaties aan te brengen in uniformen, pater cq. zusterkleding, of wat je te binnen schiet.